Stroomplan maken voor een evenement: stappenplan
Een goed stroomplan is geen tekening achteraf, maar het gereedschap waarmee je de klus voorbereidt: het bepaalt wat je bestelt, wat je meeneemt en wat je op de opbouwdag in welke volgorde doet. Dit is de volgorde die in de praktijk werkt, ongeacht of je op papier, in een spreadsheet of in Inprikplanner werkt.
1. Plattegrond op schaal
Vraag de terreintekening van de organisatie en zet er een schaal op: een schaalbalk, de lengte van een gebouw, de breedte van een weg. Zonder schaal zijn kabellengtes gokwerk, en kabellengte is de grootste kostenpost én de grootste bron van spanningsval.
2. Gebruikers inventariseren
Loop de plattegrond af: podia (geluid, licht, video, backline), horeca (foodtrucks, koelcellen, koffie, tap), sanitair, kassa's en entree, kantoor- en productie-units, terreinverlichting, kermis. Noteer per gebruiker vermogen of stroom, 1- of 3-fase, de stekker die erop zit en wanneer hij aanstaat.
De praktijk: de organisatie weet het niet precies, de foodtruck-exploitant zegt "gewoon een 32 A" en de geluidsfirma stuurt een lijst van vorig jaar. Vraag door, en zet bij twijfel het typeplaatje-vermogen erin met een lage gelijktijdigheid; dan staat het er in ieder geval en kun je het later nog aanscherpen. Een gebruiker die er niet in staat, staat ook niet op de bestellijst.
3. Bronnen kiezen
Vast stroompunt waar het kan (goedkoper, stiller, geen diesel), aggregaten waar het moet, accupakketten waar geluid en uitstoot een probleem zijn. Zet bronnen zo dicht mogelijk bij de zwaarste gebruikers: elke meter hoofdkabel telt dubbel. Zie aggregaat berekenen.
4. Verdeling
Paddestoelen en verdeelkasten op logische knooppunten: één bij het podium, één in de foodcourt, één bij de kermis. Kies de invoer (63 A, 125 A) op wat erachter hangt, met ruimte voor wat er altijd nog bij komt. Let op de uitgangen: een paddestoel met 6 × schuko en 2 × 16 A CEE is snel vol als er vijf foodtrucks omheen staan; liever één kast meer dan drie verdeelblokken achter elkaar.
5. Kabels over de werkelijke route
Trek de kabels zoals ze gaan liggen: om het podium heen, langs het hek, over het pad met een kabelbrug. Doorsnede naar de stekker en naar de lengte; controleer de spanningsval vanaf de bron tot aan de verste gebruiker.
6. Fasen verdelen
Zet 1-fase gebruikers bewust op L1, L2 en L3, zodat geen fase overbelast raakt terwijl de andere twee halfleeg zijn. Zie fasebalans.
7. Aarding
Per bron: stelsel, elektrode, N-PE brug, aardleiding, en de plek van de aardpen op de kaart (KLIC!). Zie aarding van een aggregaat.
8. Dagprogramma
Zet tijdblokken op de grote gebruikers: foodtrucks van 11 tot 23 uur, terreinverlichting vanaf 21 uur, geluid vanaf de soundcheck. Daaruit volgen de piek, het dieselverbruik en bij een accu of je de avond haalt. Vaak blijkt de piek een stuk lager dan het opgestelde vermogen, en dat scheelt een maat aggregaat.
9. Uitdraaien
Overzichtschema voor het gesprek met de organisatie, technische tekening voor de keurmeester en de monteur, plattegrond op schaal als legplan, bestellijst per leverancier, en de checklist voor de opbouwdag met plaats voor de meetwaarden: uitschakeltijd en -stroom van de aardlekken, isolatieweerstand, Ra van de aardpennen.
Geef elk onderdeel een code (AGG-01, PD-03, K-12) en gebruik die op alle uitdraaien én op een label aan het onderdeel zelf. Op de opbouwdag praat je dan over "K-12 naar PD-03" in plaats van "die dikke kabel naar de kast bij de frietkraam", en bij een storing om elf uur 's avonds weet de collega die het plan niet gemaakt heeft ook waar hij moet zijn.
Wat je vaak vergeet
- Terreinverlichting en noodverlichting — komt pas 's avonds aan en telt dan volledig mee.
- De productie zelf — kantoor, koffie, laptops, laders van portofoons, de koelkast in de crewtent.
- Opbouw en afbouw — kraan, gereedschap, werkverlichting: vaak eerder en later dan het evenement zelf.
- Reserve — een extra 63 A kabel en een reserve verdeelblok op de wagen kosten minder dan één rit heen en terug.
- De KLIC-melding voor je een aardpen slaat, en wie er 's nachts bereikbaar is als het aggregaat stopt.
Zo doet Inprikplanner het
Dezelfde negen stappen, maar met het rekenwerk erbij op het moment dat je tekent: sleep je een paddestoel, dan rekenen de kabellengtes, de spanningsval en de bestellijst opnieuw. Alles komt uit één bestand, dus schema, legplan en bestellijst kunnen niet meer van elkaar afwijken. En op het terrein werkt het door zonder bereik.

Veelgestelde vragen
Wat moet er in een stroomplan voor een evenement staan?
De plattegrond op schaal met bronnen, verdeling, gebruikers en kabels; per bron de aarding; een schema; de belasting per bron en per kabel; het dagprogramma; de bestellijst en de checklist voor de opbouwdag met de meetwaarden.
Waar begin ik?
Met een plattegrond op schaal en een lijst van alle gebruikers met vermogen, aansluiting en tijden. Al het andere volgt daaruit.
Wanneer kies ik een accupakket in plaats van een aggregaat?
Als geluid, uitstoot of geur een probleem zijn (podium in de nacht, binnenstad) en het verbruik over de dag binnen de capaciteit past — of als je een klein aggregaat kunt bijzetten om bij te laden.
Dit rekenwerk laten doen terwijl je tekent?
Inprikplanner rekent dit alles door op de plattegrond van je evenement. Zeven dagen gratis, geen betaalgegevens nodig.
Lees ook
Aggregaat berekenen voor een festival of evenement
Hoe groot moet het aggregaat zijn? Van kW naar kVA, gelijktijdigheid, aanloopstroom en dieselverbruik — met een rekenvoorbeeld.
Spanningsval berekenen bij lange kabels op een evenement
Waarom een lange 16A-kabel aan het eind te weinig spanning geeft, de formule, de grenswaarden en hoe je de juiste doorsnede kiest.
Aarding van een aggregaat: aardpen, Ra en de N-PE brug
Welk stelsel, hoeveel pennen, wat de eis Ra ≤ 50 V / IΔn betekent, en waarom er per net maar één N-PE brug dicht mag.