Inprikplanner

Spanningsval berekenen bij lange kabels op een evenement

BASSLO · bijgewerkt 24 september 2026 · leestijd 3 min

Een kabel is een weerstand. Hoe langer en hoe dunner, hoe meer spanning er onderweg verloren gaat en hoe warmer de kabel wordt. Op een terrein met kabels van 50, 80 of 120 meter is dat geen theorie: het is het verschil tussen een koelcel die koelt en eentje die om de haverklap uitvalt.

De formule

Voor een kabel van lengte L (m) met aderdoorsnede A (mm²) en stroom I (A), met ρ de soortelijke weerstand van koper:

1-fase: ΔU = 2 × I × L × ρ / A
3-fase: ΔU = √3 × I × L × ρ / A

Bij 1-fase telt de kabel dubbel, omdat de stroom heen én terug loopt. Voor koper is ρ = 0,0175 Ω·mm²/m bij 20 °C; een belaste kabel is warmer, en bij 70 °C is ρ ≈ 0,021 Ω·mm²/m. Reken met die warme waarde als je aan de veilige kant wilt zitten — dat doet Inprikplanner standaard.

Grenswaarden

NEN 1010 hanteert bij een netaansluiting richtwaarden van 3 % voor verlichting en 5 % voor overige gebruikers, gerekend vanaf het leveringspunt. Bij eigen opwekking (een aggregaat) mag het formeel iets ruimer, maar in de praktijk houd je dezelfde grenzen aan: apparatuur is er niet blij mee en een lagere spanning betekent bij motoren een hógere stroom.

Rekenvoorbeeld

Paddestoel op 50 m van het aggregaat, 3-fase 63 A, kabel 5G16 (16 mm²), belast met 45 A:

ΔU = 1,732 × 45 × 50 × 0,021 / 16 ≈ 5,1 V, dus 5,1 / 400 = 1,3 %. Prima.

Dezelfde paddestoel op 120 m met een 5G6 (6 mm²) omdat die toevallig op de wagen lag, belast met 30 A:

ΔU = 1,732 × 30 × 120 × 0,021 / 6 ≈ 21,8 V, dus 5,5 % — en aan het eind hangt nog een 1-fase verlengkabel van 25 m 3G2,5 naar een koelkast van 10 A: ΔU = 2 × 10 × 25 × 0,021 / 2,5 = 4,2 V = 1,8 % erbij. Totaal ruim 7 %: de compressor van die koelkast gaat het moeilijk krijgen.

Oplossing: de 120 m in 5G16 leggen (ΔU ≈ 8,2 V, 2 %), of het aggregaat dichterbij zetten.

Waar het misgaat op het terrein

Zo doet Inprikplanner het

De kabellengte komt uit de route die je op de plattegrond tekent, met marge. Per kabel zie je de doorsnede, de spanningsval over die kabel, de opgetelde spanningsval vanaf de bron en het vermogensverlies in watt; oranje vanaf 3 %, rood vanaf 5 % (instelbaar). In de technische tekening staat bij elke groep de eindspanning, en op de bestellijst staan de kabels op handelslengte.

Plattegrond in Inprikplanner met kabels, codes en lengtes
Plattegrond in Inprikplanner met kabels, codes en lengtes.

Veelgestelde vragen

Hoeveel spanningsval is toegestaan?

NEN 1010 noemt als richtwaarde 3 % voor verlichting en 5 % voor andere gebruikers, gerekend vanaf het leveringspunt. Houd bij een aggregaat dezelfde grenzen aan.

Hoe bereken ik de spanningsval van een 3-fase kabel?

ΔU = √3 × I × L × ρ / A, met I de stroom in ampère, L de lengte in meter, A de aderdoorsnede in mm² en ρ ≈ 0,021 Ω·mm²/m voor warm koper. Voor 1-fase gebruik je 2 in plaats van √3.

Welke doorsnede hoort bij welke stekker?

Gangbaar: 16 A → 2,5 mm², 32 A → 6 mm², 63 A → 16 mm², 125 A → 35 mm². Bij lange afstanden kies je een maat dikker dan de stekker vraagt om de spanningsval te beperken.

Moet ik een haspel afrollen?

Ja, altijd als er stroom door loopt. Een opgerolde kabel voert zijn warmte niet af en de toegestane belasting daalt fors; sommige fabrikanten geven voor opgerold 30 tot 50 % van de nominale stroom.

Dit rekenwerk laten doen terwijl je tekent?

Inprikplanner rekent dit alles door op de plattegrond van je evenement. Zeven dagen gratis, geen betaalgegevens nodig.

Gratis proberen

Lees ook