Aggregaat berekenen voor een festival of evenement
De vraag "welk aggregaat heb ik nodig" is eigenlijk vier vragen: hoeveel vermogen vraagt alles bij elkaar, hoeveel daarvan tegelijk, wat gebeurt er als de koelingen aanslaan, en hoeveel diesel gaat erdoorheen. Hieronder de vier stappen zoals je ze op een A4'tje zou doen — en zoals Inprikplanner ze doorlopend voor je doet.
1. Van watt naar kVA
Een aggregaat wordt verkocht in kVA (schijnbaar vermogen), gebruikers vragen kW (werkelijk vermogen). Het verschil is de arbeidsfactor cos φ. Voor een dieselaggregaat geldt vrijwel altijd cos φ = 0,8, dus:
Andersom: wil je 60 kW kunnen leveren, dan heb je minimaal 60 / 0,8 = 75 kVA nodig — nog zonder marge.
2. Opgesteld vermogen en gelijktijdigheid
Tel het vermogen van alle gebruikers op: geluid, licht, foodtrucks, koeling, kassa's, verlichting. Dat is het opgestelde vermogen. In de praktijk staat nooit alles tegelijk vol aan. Daarvoor gebruik je een gelijktijdigheidsfactor per gebruiker: een foodtruck met een opgegeven 22 A trekt gemiddeld misschien 60 % daarvan, een koelcel 100 % maar niet continu, een geluidsinstallatie zelden meer dan 70 % van wat op het typeplaatje staat.
Wees hier eerlijk: te optimistisch rekenen betekent een aggregaat dat 's avonds op de knieën gaat; te pessimistisch betekent een te grote (en te dure) machine die de hele dag onderbelast staat te roeten.
3. Aanloopstroom
Motoren en compressoren — koelcellen, koelwagens, pompen, botsauto's — trekken bij het starten kort 3 tot 8 keer hun nominale stroom. Een aggregaat kan zo'n piek een paar seconden opvangen, maar niet onbeperkt. Vuistregel: de grootste motor die tegelijk kan starten moet er bovenop de al draaiende belasting bij passen zonder dat de spanning inzakt. Met meerdere koelingen aan één aggregaat is dat vaak de bepalende factor, niet het gemiddelde.
4. Belastingsgraad: niet te vol, niet te leeg
Streef naar een gemiddelde belasting van 50 tot 80 %. Boven de 80 % heb je geen ruimte meer voor een aanloop of een extra kraam; onder de 30 % draait een diesel te koud en gaat hij roeten (glazuren van de cilinders, "wet stacking"). Voor een festival met een rustige middag en een drukke avond loont het soms om twee kleinere machines te zetten in plaats van één grote.
Rekenvoorbeeld
Podiumveld: geluid 24 kW, licht 32 kW, backline 6 kW, LED-wand 14 kW; gelijktijdigheid 0,7 voor geluid en 0,8 voor licht en LED. Opgesteld 76 kW, gelijktijdig ≈ 24·0,7 + 32·0,8 + 6 + 14·0,8 = 59,6 kW.
Benodigd: 59,6 / 0,8 = 74,5 kVA. Met 25 % marge voor aanloop en uitbreiding kom je op 100 kVA. Stroom per fase bij 400 V: 59 600 / (√3 × 400 × 0,95) ≈ 90 A — past op een 125 A-uitgang, niet op een 63 A.
Diesel: een 100 kVA verbruikt ruwweg 1,8 L/u stationair en 19 L/u bij vollast. Bij een gemiddelde belasting van 45 % over 16 uur: 16 × (1,8 + 0,45 × 17,2) ≈ 150 liter, plus 20 % marge ≈ 180 L. Een tank van 250 L is dan genoeg voor de dag; bij 400 L tankinhoud hoef je ook de tweede dag niet bij te tanken.
Zo doet Inprikplanner het
Je zet het aggregaat op de plattegrond, vult kVA en cos φ in en hangt de gebruikers eraan. De app rekent per aggregaat de belasting in procenten, de fasebalans, de aanloopstroom van de zwaarste gebruiker en — met de tijdblokken per gebruiker — het dieselverbruik over de dag en het moment van bijtanken. Een aggregaat dat onder de 30 % blijft krijgt een melding, net als een aanloop die niet past. Bij een accupakket zie je daarnaast of je het einde van de avond haalt of dat er een klein aggregaat bij moet om bij te laden.

Veelgestelde vragen
Hoeveel kW levert een aggregaat van 100 kVA?
Ongeveer 80 kW: het schijnbaar vermogen in kVA maal de arbeidsfactor cos φ van 0,8 die voor dieselaggregaten gebruikelijk is.
Hoe zwaar mag ik een aggregaat belasten?
Reken op 50 tot 80 % gemiddeld. Boven 80 % is er geen ruimte voor aanloopstroom of uitbreiding; onder 30 % draait een diesel te koud en gaat hij roeten.
Hoeveel diesel verbruikt een aggregaat op een festivaldag?
Een 100 kVA verbruikt grofweg 2 liter per uur stationair en 19 liter per uur bij vollast. Bij 45 % belasting over 16 uur kom je rond de 150 liter; reken 20 % marge.
Wat is aanloopstroom en waarom telt die mee?
Motoren en compressoren trekken bij het starten 3 tot 8 keer hun normale stroom. Die piek moet het aggregaat bovenop de al draaiende belasting kunnen opvangen, anders zakt de spanning in en vallen apparaten uit.
Dit rekenwerk laten doen terwijl je tekent?
Inprikplanner rekent dit alles door op de plattegrond van je evenement. Zeven dagen gratis, geen betaalgegevens nodig.
Lees ook
Spanningsval berekenen bij lange kabels op een evenement
Waarom een lange 16A-kabel aan het eind te weinig spanning geeft, de formule, de grenswaarden en hoe je de juiste doorsnede kiest.
Aarding van een aggregaat: aardpen, Ra en de N-PE brug
Welk stelsel, hoeveel pennen, wat de eis Ra ≤ 50 V / IΔn betekent, en waarom er per net maar één N-PE brug dicht mag.
Stroomplan maken voor een evenement: stappenplan
Van terreinkaart tot legplan in negen stappen: bronnen, verdeling, gebruikers, kabels, aarding, dagprogramma, checklist en bestellijst.